De ideeën die verspreid worden door het discours van bepaalde politici en ministers zijn schadelijk op verschillende manieren voor de diverse maatschappij zoals we ze vandaag kennen. Ze bevestigen ten eerste bepaalde denkbeelden die heersen bij veel mensen in Vlaanderen, zoals het idee dat mensen met een andere etniciteit tekorten hebben die witte mensen niet hebben als het komt op onderwijs. Experts noemen dit deficit-denken. Zo gaat men bijvoorbeeld aanvaarden dat er meer jongeren met migratieachtergrond blijven zitten of naar “beneden” stromen in het watervalsysteem van de onderwijsvormen waarbij beroepsmatige richtingen zich onderaan de waterval bevinden. Jongeren met migrantenouders staan een stapje achter op witte jongeren, omdat ze verwacht worden lager te presteren door de context waarin ze opgegroeid zijn. Met deze context wordt er bedoeld: de normen en waarden, de cultuur, taal en religie waarmee ze opgevoed zijn. Daar zie je het al: de taal waarmee ze opgevoed zijn. Een andere uitleg voor de schadelijkheid van zulke stereotypes is verschil-theorie. Hierbij worden de verschillen tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond niet gezien als tekortkomingen, maar als gewoon verschillen. Ongelijkheid is dan eerder het gevolg van de sociale, culturele en communicatieve achtergrond die niet past bij het systeem van de scholen en leerkrachten.
Verschil-denkers vinden het voorstellen van verschillen als gebreken problematisch, omdat het ervoor zorgt dat stereotypes ontstaan. Stereotypes en lagere verwachtingen die het gevolg zijn van deficit-denken werken voor veel leerlingen in een soort selffulfilling prophecy. Dit houdt in dat ze die op hen geprojecteerde lage verwachtingen gaan internaliseren en ernaar handelen. Ze zullen met andere woorden die verwachtingen inlossen. Hierdoor komen jongeren met een migratieachtergrond in een soort vicieuze cirkel terecht, waarbij ze heel moeilijk loskomen van de stereotypen die hen opgelegd worden. Leerkrachten spelen hier een heel belangrijke rol in voor gestigmatiseerde leerlingen. Wanneer leerkrachten lagere verwachtingen hebben van bepaalde leerlingen zullen ze al dan niet bewust hiernaar handelen, waardoor deze leerlingen benadeeld worden. Op die manier wordt hun plaats in de vicieuze cirkel versterkt.
In het huidige onderwijssysteem is er een hiërarchische ordening van de onderwijsrichtingen die later doorgetrokken worden naar de maatschappij. De gepercipieerde hoogte van je opleiding heeft vandaag de dag impact op je sociale status en je zogenaamde succes. Algemene richtingen die leiden tot hogere diploma’s worden gezien als beter en prestigieuzer dan beroepsmatige richtingen. Leerlingen van etnische minderheidsgroepen worden overgerepresenteerd in beroepsmatige richtingen, wat dus tot gevolg heeft dat ze een lagere status krijgen qua onderwijsprestaties. Dit wordt versterkt door het watervalfenomeen, waarbij leerlingen een neerwaarts traject afleggen dat begint in een hogere richting en eindigt in een lagere. Het is zo dat dit watervalpatroon vooral te vinden is bij leerlingen met een migratieachtergrond. Het probleem hierbij is enerzijds de overrepresentatie van deze leerlingen en anderzijds dat dit de kans verhoogt op vroegtijdig schoolverlaten. De kans dat een jongere met migratieachtergrond zonder (secundair en hoger) diploma eindigt is dus groter dan voor etnisch Belgische jongeren. In een samenleving waar een diploma verschillende deuren opent, zoals naar de arbeidsmarkt alsook sociale status en mobiliteit, is het cruciaal dat bepaalde groepen een kleinere kans hebben om een te halen.
Nu het duidelijk is dat er een structureel probleem is met het onderwijssysteem dat leerlingen met een migratieachtergrond benadeelt, moet er nagedacht worden over mogelijke oplossingen. Eigenlijk is het de taak van onze politici om dit op tafel te leggen. Als ze daadwerkelijk zo bekommerd zijn om het onderwijsniveau en de arbeidsmarkt, is het zeker belangrijk om hier iets aan te doen. Helaas, blijft het huidige politieke discours steken in stereotiepe ideeën.
Gelukkig zijn er al een aantal organisaties die aan de slag gaan met gestigmatiseerde jongeren om hen bij te staan. In Brussel, is bijvoorbeeld TADA actief. In het kader van dit artikel heeft een bezoek plaatsgevonden aan de organisatie. Toekomst Atelier De L’Avenir is een vereniging zonder winstoogmerk, die zich inzet voor kinderen en tieners uit kwetsbare omgevingen. Zij proberen een netwerk aan te reiken dat verbinding voorziet tussen de burger en het bedrijfsleven om bij te dragen aan de ontplooiing en integratie van deze tieners en hun omgeving. Ze bieden verschillende vormen van buitenschoolse activiteiten aan waarbij ze de jonge mensen niet alleen ondersteunen bij het leren, maar ook rekening houden met hun welbevinden. Eén van hun ondersteuningen is de huiswerkplaats. Op deze plek kunnen tieners in rust en stilte hun schoolwerk maken indien ze dit thuis niet kunnen. Op die manier dragen zij hun steentje bij aan een inclusievere maatschappij waarin gelijke ontwikkelingskansen voor iedereen mogelijk zijn.
Een ideale aanpak zou de ervaringsdeskundigen uit de sociale sector, alsook de experten uit de sociaalwetenschappelijke wereld betrekken in de politieke zoektocht naar een oplossing. Bovendien moet er een bottom-up dimensie zijn waarbij de leerlingen zelf aan het woord komen, wat kan via onderzoek dat hen een stem geeft en hun ervaringen in kaart brengt. Dat zou een einde kunnen brengen aan het huidige stigmatiserende discours.