Het meest frustrerende aan de opmerkingen van Bart Schols, is dat die ervoor zorgen dat het debat zich nu afspeelt in een soort dualiteit van vrouwen die zich wel, tegenover vrouwen die zich niet onveilig voelen. Alsof enkel ervaringsdeskundigen het een probleem mogen vinden. Ze zijn helaas met veel, die deskundigen: volgens Plan International kreeg 91% van de jonge vrouwen en 28% van de jonge mannen in Belgische steden (15 tot 24 jaar) al te maken met seksuele intimidatie in de openbare ruimte. Maar de overige percentages kunnen toch ook empathie tonen voor wie wél bij deze vreselijke club hoort? Vrouwen verplaatsen zich in de verhalen van hun vriendinnen, zussen, moeders en zelfs van onbekenden. Het onveiligheidsgevoel ontstaat niet enkel door zelf geweld, intimidatie of ongewenst gedrag mee te maken, het kan ook bestaan omdat je de verhalen en de statistieken kent. Raar dat precies enkel vrouwen (en het handjevol mannen dat aan onze kant durft staan in dit debat) die empathische eigenschap lijken te hebben.
Voel jij je wel eens onveilig? Of net helemaal niet?
De Standaard deed maandag een oproep om het perspectief van vrouwen te horen rond dit onveiligheidsgevoel. “Voel jij je wel eens onveilig? Of net helemaal niet?” Opnieuw die dualiteit. Ik voel mij zeker niet continu, elk moment van elke dag, onveilig. Ik kan mij voorstellen dat ook Soundos dat niet bedoelde in de letterlijke zin. Er zijn veel gelegenheden waarop ik zorgeloos over straat wandel, soms alleen, soms met vrienden, of dat ik met mijn ogen dicht kan dansen, helemaal onbezonnen en met het volste vertrouwen in de mensen rond mij. Maar – en dit is het “onveiligheidsgevoel” waarover mensen spreken – dat kan volledig omslaan met één blik, één aanraking, één donker hoekje of parkje. Ineens ben ik op mijn hoede, bedenk ik doemscenario’s (geïnspireerd op waargebeurde feiten van vrienden, kennissen, bekende personen) en word ik bang. Het onveiligheidsgevoel is dus een soort sluimerende alertheid, een beschermingsmechanisme dat elk moment in gang kan schieten.
Ook al is de man in kwestie helemaal niet van plan om je kwaad te doen, kan je er een onveilig gevoel bij hebben. Dat wil niet zeggen dat je overdrijft.
Natuurlijk ben ik niet automatisch bang van elke man. Maar ik let wel continu op voor verdacht gedrag en risicovolle situaties. Zit ik alleen met hem op de trein? Friemelt hij aan zijn broek? Staat hij nogal dichtbij? Staart hij net iets te lang naar mijn lichaam? Ik kan begrijpen dat er mannen zijn die toevallig in een rustige wagon willen zitten, gewoon even iets uit hun broekzak moeten prutsen, simpelweg geen ruimtelijk bewustzijn hebben of gewoon even voor zich uit staren, toevallig in mijn richting. Dan begrijp ik dat ze het raar, vervelend of ongemakkelijk vinden dat een vrouw zich door hen bedreigd voelt. Maar hoe zouden ze zelf zijn? Mocht de andere persoon telkens twee koppen groter, biologisch sterker en systematisch in het voordeel zijn? Als ze weten dat hun omgeving misschien sceptisch zal reageren als er toch iets gebeurt? Zouden ze zichzelf dan ook niet verwijderen uit verdachte situaties? Dit is onze realiteit. Je neemt het zekere voor het onzekere. Ook al is de man in kwestie helemaal niet van plan om je kwaad te doen, kan je er een onveilig gevoel bij hebben. Dat wil niet zeggen dat je overdrijft. Dat is gewoon een logisch overlevingsinstinct, gebouwd op statistieken.
Het gaat helemaal niet over wie wel of (nog) geen slachtoffer is geweest. Het gaat over een zeer onderbouwde en terechte angst, een gevoel gebaseerd op feiten. Dat gevoel kan alleen maar verdwijnen als iedereen gelooft en begrijpt dat de feiten feiten zijn. Dus als Bart Schols dan per se kritische vragen wil stellen, waren er betere geweest: “Wat zouden mannen kunnen doen om jullie te helpen?” of “Wat heeft dat voor impact op jouw leven?”. Want het is niet verplicht om bij de statistieken te horen om empathisch te zijn.
Dit artikel werd geschreven en ingezonden door Daphne Siozos. Heb jij ook een kritische blik op de samenleving die je wil delen op KETTER? Ontdek dan hier hoe je mee kan bijdragen aan KETTER.