Een jaar geleden, op 14 juni 2025, organiseerde de Antwerpse Coalitie voor Palestina, die uit zo’n 25 organisaties bestaat, mee een rode-lijnprotest voor Palestina, net zoals in andere steden. Zo’n duizend mensen verzamelden die dag op de Groenplaats in Antwerpen. Maar daar bleef het niet bij, want één dag later hing stad Antwerpen, zoals elk jaar, 85 vlaggen aan het stadhuis, waaronder ook de Israëlische vlag. Dat was duidelijk een stap te ver voor de Antwerpse Coalitie en onder het motto “Haal die vlag weg” kwamen actievoerders maandagavond samen op de Suikerrui, naast het stadhuis.
“Toen die Israëlische vlag aan het stadhuis wapperde, beseften we: ‘shit, we moeten echt wel actie ondernemen, want ons stadsbestuur is echt wel fucked up,” vertelt Mehdi Belmadani, een 24-jarige student die sinds het begin betrokken is bij de acties. Die maandag vormde het begin van een wekelijkse traditie die een jaar later nog steeds standhoudt.
Tijdens de protesten willen de actievoerders hun solidariteit met de Palestijnen tonen. Maar niet alleen dat, ze roepen ook hun stadsbestuur op om actie te ondernemen. Naast het weghalen van de vlag stelde de coalitie zes concrete eisen aan het Antwerpse stadsbestuur. De eerste eis is dat het stadsbestuur oproept tot een onmiddellijk en permanent staakt-het-vuren en de genocide in Gaza erkent. De overige eisen richten zich op de rol van de stad.
“Toen de vlag werd gehesen, kwam meer en meer naar buiten dat het Antwerpse stadsbestuur banden heeft met Israël en wapens doorvoert om de genocide mede mogelijk te maken,” zegt student Mohamed Achahbar (19). De coalitie vraagt de stad dan ook om de doorvoer van wapens en wapenonderdelen naar Israël via de Antwerpse haven te onderzoeken en aan banden te leggen. Daarnaast willen ze dat de stedenband met de Israëlische havenstad Haifa kritisch bekeken wordt, om te verzekeren dat de onderlinge overeenkomsten niet bijdragen aan schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten. Bovendien eisen ze dat de stad een ethisch aankoopbeleid invoert, zoals bijvoorbeeld Gent, én dat alle handelsmissies met Israël worden opgeschort. Thomas (31) vat het samen: “Je kunt niet omgaan met Israël alsof het een normale staat is, terwijl ze genocide plegen.” Naast deze politieke eisen vraagt de coalitie ook om menselijkheid en empathie te tonen tegenover de Palestijnse gemeenschap in Antwerpen, haar lijden te erkennen en gepaste zorg te bieden.
“Je kunt niet omgaan met Israël alsof het een normale staat is, terwijl ze genocide plegen”
De actievoerders hebben, naast deze zes eisen, ook allemaal hun eigen motivaties om wekelijks weer aanwezig te zijn. Zo vertelt Imane Allali van Antwerp for Palestine: “Ik ben een tijdje in Palestina geweest en ik heb alles live gezien. Wij mogen niet bang zijn en zwijgen. Woorden en protesten kunnen dingen veranderen. Heel de wereld kent nu het verhaal van Palestina en wij moeten daar lawaai voor blijven maken.” Ook huisarts Elly van Reusel is wekelijks aanwezig: “Als Joodse wil ik laten zien: ‘niet in mijn naam’. En ik zie de misdaden in Gaza niet enkel via sociale media en tv, maar ook door de verhalen en de filmpjes die mijn Palestijnse en Libanese patiënten delen. Het gaat over hun eigen familieleden die sterven.”
Tijdens de acties klinken er slogans en liedjes, maar ook speeches van verschillende sprekers vormen sinds het begin een vast onderdeel van de acties. Verder wordt er steeds een minuut stilte gehouden. “Elke week herdenken we de Palestijnse slachtoffers sinds de Nakba,” vertelt Thomas. “Dat doen we om 19u48, verwijzend naar het jaar van de Nakba. Daarna spelen we het soort van onofficiële volkslied van Palestina. Dat is altijd een erg mooi moment.”
De protesten groeiden snel en na enkele weken stonden er elke maandag honderden mensen samen op de Suikerrui. De eerste maanden verliepen de acties vreedzaam. Wel betreurden veel actievoerders dat er geen reactie op hun eisen kwam vanuit de stad. Begin september liet het stadsbestuur toch van zich horen, maar niet zoals gehoopt: het deelde mee dat de protesten niet langer op de Suikerrui mochten plaatsvinden. De locatie zou te klein zijn geworden en de horeca-uitbaters zouden klagen. De organisatie week daarop uit naar het Steenplein.
Eind september keerde de organisatie terug naar de Suikerrui, dit keer zonder vergunning. Student Mohamed stond volledig achter deze beslissing: “Het is ons recht om te protesteren op de Suikerrui en het wordt ons ontnomen door N-VA omdat ze bang zijn. Op de Suikerrui hadden we impact. Daar hoorden en zagen ze ons. Daar hadden ze last van ons. En alleen zo kunnen we ze wakkerschudden.”
De reactie van de stad was echter heftig. Maandag 27 oktober werden verschillende actievoerders op de Suikerrui gearresteerd. Een week later, op 3 november, zette de politie het waterkanon in. “Het was absurd. Compleet buiten proportie,” zegt Thomas. “Ze gebruikten waterkanonnen en pepperspray. En mensen zijn echt in elkaar geslagen, terwijl wij gewoon vredig aan het betogen waren. Ik denk dat ze toen doorhadden dat we groter werden en echt gewicht begonnen te krijgen. En dat ze ons daarom uit het zicht wilden jagen. Ze wilden niet dat onze kritiek zichtbaar was en dat meer mensen met ons mee zouden doen. Het is schrijnend hoe er met ons democratisch recht op protest wordt omgegaan.”
Ook Dominik ‘t Jolle, van Antwerp for Palestine, herinnert zich die avond nog levendig: “Die protesten aan het begin op de Suikerrui brachten een ongelooflijke power. Elke week kwamen er meer en meer mensen. Totdat het stadsbestuur uiteindelijk waterkanonnen inzette. Ik ben daar een week of langer niet goed van geweest. Ik was echt in shock. Maar dan herinner ik me ook: wat wij meemaken is niets in vergelijking met wat de Palestijnen meemaken.”
Sindsdien vonden de acties plaats op andere locaties zoals het Steenplein, het Astridplein, de Ossenmarkt, het Operaplein en de Groenplaats. Toch missen verschillende actievoerders de tijd op de Suikerrui, zo ook Mehdi: “Ik zou heel graag terug willen naar de Suikerrui, daar is het begonnen en daar was het ook supergroot. Het is heel dicht bij het stadhuis en het stadsbestuur, heel dicht bij die vlag die daar wappert.”
“Ze wilden niet dat onze kritiek zichtbaar was en dat meer mensen met ons mee zouden doen. Het is schrijnend hoe er met ons democratisch recht op protest wordt omgegaan.”
Bovendien ervaren de actievoerders ook op deze andere locaties de aanwezigheid en druk van de politie. “Er zijn geen waterkanonnen meer gebruikt, maar de politie is er nog steeds en ze proberen ons wel te intimideren,” vertelt Mehdi. “De stad zoekt telkens naar manieren om ons, mensen die opkomen voor mensenrechten, een toontje lager te laten zingen. Ze trekken foto’s van betogers, ze zeggen dat we het woord ‘intifada’ niet meer mogen gebruiken en ze delen boetes uit. Ik heb, net zoals twee anderen, een pv gekregen voor geluidsoverlast, blijkbaar omdat ik gitaar én piano aan het spelen en aan het zingen was. Dus ik heb zo twee extra handen gekregen. Dus dat is allemaal een beetje bullshit.”
De reactie van het stadsbestuur en zijn onwil om te veranderen zijn voor veel actievoerders moeilijk te verdragen. Maar toch blijven ze elke maandagavond vastberaden komen. Zo ook Abdul Rashid: “Het is mijn verantwoordelijkheid en die van iedere burger om actie te ondernemen om de genocide te stoppen. Er zijn zoveel slachtoffers gevallen, zoveel onschuldige mensen zijn gestorven. Het is genoeg. We moeten onze overheden oproepen om hun verantwoordelijkheid op te nemen. Maar we schreeuwen al meer dan 50 weken in deze stad en tot nu toe is er niets veranderd. Ik ben zeer teleurgesteld.”
Doordat ze wekelijks blijven samenkomen, zijn de protesten voor verschillende actievoerders ook een bron van verbinding en hoop. “Hier zie je dat er nog mooie mensen zijn met prachtige harten,” vertelt Ridah (53). “Zoveel verschillende mensen van verschillende leeftijden: van 16 tot 80 jaar. Ik vind dat prachtig. Ik heb hier zoveel mooie mensen leren kennen, en sommige zijn zelfs als familie geworden.”
En die verbondenheid reikt verder dan Antwerpen. Elly voer eerder dit jaar mee met de Global Sumud Flotilla richting Gaza, met als doel humanitaire hulp te bieden. Vanop zee hield ze contact met de maandagprotesten. Haar verhalen werden voorgelezen tijdens de wekelijkse bijeenkomsten: “Dat contact was heel belangrijk,” vertelt ze. “Dat is het concept van community. Iedereen draagt bij op zijn eigen manier en zoveel diverse mensen samen zien komen geeft hoop.”
“We schreeuwen al meer dan 50 weken in deze stad en tot nu toe is er niets veranderd. Ik ben zeer teleurgesteld.”
Afgelopen woensdag 10 juni, eerder dan gepland, werd de Israëlische vlag opnieuw aan het stadhuis opgehangen, ondanks het jaar van protest. Een grote teleurstelling voor veel actievoerders: “Je rekent erop dat ze op zijn minst gaan doen alsof ze actie ondernemen,” zegt Elly. “Maar zelfs dat doen ze niet. Ik had gehoopt dat ze op zijn minst die vlag niet gingen terughangen.” Toch geven de actievoerders niet op, zo vertelt Medhi: “Ze proberen steeds de beweging klein te maken, maar dat is alleen omdat ze druk voelen. Als die vlag hier weer wappert, gaat de actie alleen maar groter worden. Uiteindelijk gaan ze geen andere keuze hebben dan naar ons te luisteren.” Vandaag komen de actievoerders dan ook voor de 52ste keer op straat, met exact dezelfde slogan als waarmee het een jaar geleden begon: ‘Haal die vlag weg’.
Sommige actievoerders verwachten dat de beweging in de toekomst gevarieerder wordt, met meer losse acties en verschillende vormen van verzet. Maar stoppen met actievoeren is niemand van plan. Dat blijkt ook uit het lied waar ze elke maandag hun protest mee eindigen: ‘Wij zijn hier’. “Naast dat het een mooi liedje is, is het ook symbolisch en belangrijk,” zegt Mehdi. “Wij zijn hier en wij blijven hier.” Mohamed sluit zich daarbij aan: “Ik ga hier blijven staan tot alle banden verbroken zijn, tot er iets verandert in Antwerpen.”
Lise van Dalfsen is redactielid bij KETTER Antwerpen