In Brussel, met zijn omvangrijke moslimgemeenschap, is de Ramadan een druk gevierde periode. De stad begint hier dan ook meer en meer aandacht aan te besteden. Zo was laatst nog in de media dat veel cultuurhuizen nu een Ramadan vriendelijk aanbod bieden tijdens de vastenmaand. Daarnaast organiseren vele jeugd-, cultuur- en sociale verenigingen ook publieke Iftars, voor zowel moslims als niet-moslims. Zo dus ook het gemeenschapscentrum GC Nekkersdal. De maaltijd is volledig gratis, al is inschrijven wel verplicht. Zelf was ik al lang nieuwsgierig naar deze traditie dus toen een vriend vroeg of ik zin had om mee deel te nemen, aarzelde ik geen seconde.
Het hoeft niet altijd een publiek evenement te zijn zoals nu, maar de maaltijd is wel altijd bijzonder en hoort gedeeld te worden met anderen.
Rond acht uur zijn we welkom in het gemeenschapscentrum. Hoewel ik zelf niet vast en dus normaal heb gegeten die dag, heb ik alvast een lichte honger. Er staan al gerechten klaar wanneer we aan tafel gaan, maar Qutayba, een jongeman die ook voor het gemeenschapscentrum werkt, komt ons vertellen dat we eigenlijk nog niet mogen eten. Pas om kwart over acht, wanneer de zon definitief onder is, begint het gebed en mag er worden gegeten. Moeilijk want het eten dat op tafel staat ziet er alvast verrukkelijk uit. Harira, een pittige maaltijdsoep met linzen en kikkererwten, mag blijkbaar niet ontbreken aan de Iftar maaltijd. Daarnaast staat er ook een kommetje met dadels en een zoet gebakje. De dadel moet blijkbaar als eerste worden gegeten, om het vasten te verbreken. Deze regel komt rechtstreeks uit de Soenna, waarbij de profeet Mohammed elke ochtend dadels at en een glas melk om de honger te onderdrukken. Het is ook niet onlogisch gezien de dadel rijk is aan vezels en suikers en dus goed is om het lichaam een boost te geven.
Het gebed begint. Qutayba is diegene die het gebed inzet voor de hele zaal en wij beginnen met eten. Ondertussen worden er nog extra gerechten op tafel gezet, zoals Batbot (een soort Marokkaans platbrood), olijven, gevulde bladerdeegpasteitjes, een pikant groen sapje, kip en gebakken patatjes. De gerechten zijn voornamelijk Marokkaans maar er zitten ook een aantal Pakistaanse gerechten tussen. De vrouwen die het eten hebben gemaakt werken voor het gemeenschapscentrum of hebben als vrijwilliger meegeholpen. Ze hebben een hele dag gewerkt aan deze feestmaaltijd.
Het samen koken hoort bij de Ramadan en is een leuke sociale activiteit. De vrouwen babbelen en lachen samen en het koken leidt ook af van het vasten.
Tijdens de maaltijd halen een paar vrouwen plots muziekinstrumenten tevoorschijn. Marokkaanse slaginstrumenten waaronder de adjun en de darboeka. Er wordt vrolijk getrommeld en gezongen. Op een bepaald moment schuiven ze ook een darboeka in mijn handen. Dat ik geen enkele trommel ervaring (of gevoel voor ritme) heb, hindert niet. ‘Speel maar en wij volgen wel!’ En zo maakte ook ik even deel uit van deze Maghrebijnse jamsessie.
Er wordt nog rondgegaan met dessert, fruit en koekjes en dan beginnen de meesten langzaam te vertrekken. Morgen is tenslotte een gewone werkdag en men kan het niet elke Iftar zo laat maken. Wij bieden aan om mee te helpen met de opkuis. Een kleine wederdienst voor de heerlijke maaltijd en tegelijk een kans om nog een praatje te maken met de vrijwilligers, zoals Sarah. Haar moeder werkt in het gemeenschapscentrum en samen hebben ze de hele dag geholpen met het voorbereiden van de maaltijd, maar dat doet Sarah met plezier. Het samen koken hoort bij de Ramadan en brengt mensen dichter bij elkaar. De vrouwen babbelen en lachen samen en het koken leidt ook af van het vasten. Ik vraag aan Sarah of elke Iftar zo feestelijk is als vanavond. ‘Het hoeft niet altijd een publiek evenement te zijn zoals nu,’ antwoordt ze, ‘maar de maaltijd is wel altijd bijzonder en hoort gedeeld te worden met anderen. De eerste week viert men de Iftar vaak gewoon met vrienden en familie maar daarna is het ook de bedoeling dat je gasten uitnodigt, waaronder ook niet-moslims. De Ramadan staat in teken van samenhorigheid en vrijgevigheid. ‘Moet je tijdens de Ramadan ook aan liefdadigheid doen?’ vraag ik. ‘Dat moet je als moslim eigenlijk het hele jaar door doen,’ antwoordt Sarah, ‘maar veel mensen doen dat wel voornamelijk tijdens de Ramadan’.
Ik vraag haar wat ze zelf het leukste vindt aan de Ramadan. ‘De sfeer,’ antwoordt ze onmiddellijk, ‘Het samen zijn met mensen alsook de muziek en het samen zingen.’ De zomer vindt ze gek genoeg de leukste periode om de Ramadan te houden, al is dat ook het zwaarste. ‘Dan zit men tot laat in de avond buiten. Ik heb mijn beste herinneringen aan de Ramadan toen die in de zomer viel.’.
Fransje Wagemans is redacteur bij Free.Brussels
Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op free.brussels, een project van Dwaalzin.