In de loop van de 18e eeuw werd er een netwerk van steenwegen aangelegd om de belangrijkste steden met elkaar te verbinden, zo ook de Leuvensesteenweg tussen Leuven en Brussel. Om de aanleg en het onderhoud van deze wegen te bekostigen werd er tol geïnd in de zogenaamde barrièrehuizen. Zo’n barrièrehuis werd wel eens vergezeld door of gecombineerd met een herberg, soms ook met paardenstal en smidse, waar handelaars en reizigers konden verblijven.
Het zou goed kunnen dat de Tollaan en bijgevolg de halte Tol hun naam kregen omdat er op deze plek langs de Leuvensesteenweg tol geheven werd, maar concrete overblijfselen zijn er niet. De Leuvensesteenweg is er wel nog steeds, ondertussen overgoten met een laag asfalt.

©Evelien Feys
Ergens had ik gehoopt dat er bij het naderen van de terminus geleidelijk aan een machtig silhouet zou opdoemen, steeds groter en groter, tot ik zou uitstappen aan de voet van een tot de verbeelding sprekende fortificatie die de geschiedenis van de stad Brussel alle eer zou aandoen. Maar helaas, halte Fort-Jaco blijkt te liggen in een doodnormale straat van een gegoede Ukkelse buitenwijk, met huizen en auto’s zoals je die in deze gegoede contreien zou verwachten.
Ooit heeft dat fort er wel gestaan. Fort Jaco was een blokhuis, een klein fort, gebouwd in 1705, dat de zuidelijke invalsweg naar Brussel moest beschermen tijdens de Spaanse Successieoorlog. De naam Jaco komt niet van de opdrachtgever of ingenieur, maar van de huursoldaat Jacques “Jaco” Pastur, die het Zoniënwoud tijdens de oorlog succesvol verdedigd zou hebben. Bij de verstedelijking van Ukkel kreeg de wijk de naam van het rond 1820 ontmantelde fort.
Geen fortbezoek dus, al stond er wel dit prachtige witte tramhokje, met op de bank een achtergelaten exemplaar van ‘Les Grands Fonds’, een vertaling van Peter Benchleys roman ‘The Deep’. (Ik heb het laten liggen.)
©Evelien Feys
Het zal misschien niet verbazen, maar op het einde van lijn 20 kreeg ik nogmaals een teleurstelling van mijn verbeelding te verwerken. Hunderen – een oud woord voor kippen of gevogelte – zijn hier namelijk in geen enkele vorm te bekennen. Waarom de eindhalte van bus 20 en het Hunderenveldplein zo heten, is niet bekend. De naam suggereert dat er gejaagd werd, of net gevogelte werd gekweekt, maar concrete documenten of overblijfselen zijn er niet. Vandaag is het een lelijk plein. Er stonden wel enkele mooie bloembakken.

©Evelien Feys
De Wand blijkt niets te maken te hebben met afsluitingen van enige verticale waarde. Het woord ‘wand’ komt immers van het Oudnederlandse ‘wan’, wat ‘leeg’ of ‘niet bebouwd’ betekent. Net als Fort-Jaco is de naam van deze eindhalte een overblijfsel van wat er vroeger op deze plek te vinden was. In dit geval: niets.
Vandaag is er wel wat te zien, al lijkt het alsof men bij het bekokstoven van de plannen het flesje met ‘infrastructuur’ per ongeluk in de ketel heeft laten vallen. Op het straatniveau komen verschillende lanen samen, met behulp van een grote en een kleinere rotonde. Het is ook het beginpunt van de A12. Een niveau lager lopen tramsporen, die met bijhorende bruggen en tunnels in de verkeersknoop werden gepast. De tramlijn en de perrons werden uitgegraven, waardoor er heel wat wanden (ha) zijn, die goed gevuld werden met graffiti.
Verrassend genoeg voelt deze plek ook groen aan, dankzij heel wat heerlijk grote bomen die je zichtlijnen onderbreken en het knooppunt tot menselijke afmetingen reduceren. Eén van die bomen werd zelf geëerd met enkele vernoemingen: de rotonde Dikke Linde, en de Dikke Lindetunnel.

©Evelien Feys
Van zijn voetstuk gevallen als eindhalte van voormalige tramlijn 3 heeft Esplanade toch enige eer kunnen behouden als terminus van tram 35. Nogmaals had ik hoge verwachtingen voor deze terminus. Ik zag het al helemaal voor me, wellicht ingegeven door zomerheimwee, dat ik als een ware wereldburger zou kunnen flaneren op een prachtig aangelegde promenade. Dat heb ik dus niet gedaan. Ik kan niet zeggen dat ik ter plaatse veel onderzoek heb uitgevoerd naar verborgen schatten. Twee minuten later vertrok de tram terug en dat was een argument waar de lege, lelijke betonvlakte bij Esplanade niets tegen kon beginnen.
Eenmaal thuis aangekomen overviel me de gedachte dat ik toch wat meer had moeten verkennen, dat er zich om de hoek misschien toch een ware parel bevond. Met behulp van Google Maps kon ik vaststellen dat zowel Esplanade als L’Esplanade – twee parallelle straten – toegang bieden tot een uitgestrekte, werkelijk eindeloze parking aan de ING Arena en enkele Paleizen van de Heizel.

©Evelien Feys
De kampioen van de terminus is Helden, eindhalte van zowaar vier buslijnen, en tussenhalte van nog drie andere lijnen. Het Heldenplein is dan ook een driehoekig plein dat zich uitstekend leent voor al die verschillende haltes, die al zijn zijden bevolken. Meer een knooppunt dan een eindpunt heeft dit bruisende stukje Ukkel nog steeds een stedelijk karakter.
De naam van het plein, en daarmee ook die van de halte, refereren naar het monument in het midden van het plein. Een afgeknotte obelisk, met daarop een gevleugelde vrouw die een stervende soldaat ondersteunt, draagt de namen van soldaten uit Ukkel die tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn gesneuveld. Hun lotgenoten uit de Tweede Wereldoorlog staan op de later toegevoegde zeshoekige sokkel.

©Evelien Feys
De andere kant van buslijn 75 leidt naar toch wel de meest veelbelovende halte van het MIVB-netwerk. Op het moment dat ik uit de bus stap en mijn voeten op de betonnen tegels van het voetpad neerplant, kan ik niet anders dan mijn longen openzetten voor een diepe teug goede lucht. Ter trouw aan de journalistieke objectiviteit moet ik toegeven dat de luchtkwaliteit me nu niet bepaald achterover laat slaan. Er hangt zelfs een luchtje.
De halte is vernoemd naar de gelijknamige tuinwijk Goede Lucht, gebouwd tussen 1923 en 1953. Tuinwijken werden populair in de vroege 20e eeuw als reactie tegen de vervuilde arbeiderswijken in de geïndustrialiseerde steden. Ze zijn ontworpen als een geheel waarin tuinen – zowel voor- als achtertuinen – en groen centraal staan, en moesten arbeiders een hygiënische en gezonde woonplaats bieden. Al zat er ook wel een paternalistisch en controlerend kantje aan: de hoop was dat arbeiders zich niet langer zo zouden “misdragen”, dat een tuinwijk hen zou heropvoeden. Van de wensen voor de bewoners spreken ook de straatnamen van de wijk: de Geluksstraat, de Gezondheidsstraat, de Waardigheidsstraat, en zelfs de Vruchtbaarheidslaan.
Goede Lucht kwam er niet omwille van de industrie, maar door infrastructuurwerken. De woningen werden betrokken door de onteigende centrumbewoners die plaats moesten ruimen voor de noord-zuidverbinding.

©Evelien Feys
In de Griekse mythologie zijn de Pleiaden de zeven dochters van Atlas en Pleione. Terwijl hun vader zijn handen en schouders vol had met het torsen van de hemel, werden deze zeven nimfen achternagezeten door de jager Orion. Om Atlas gerust te stellen, plaatste oppergod Zeus de Pleiaden aan de hemel, waar ze nu nog steeds staan. In andere versies van de mythe maakten de zussen collectief een einde aan hun levens omwille van het lot van hun vader, en kregen ze als eerbetoon een plek op het hemelgewelf. Hun weinig emancipatoire verhaal resulteerde in een open sterrenhoop die nog steeds hun naam draagt: de Plejaden.
De naam van de Plejadenlaan verwijst niet zozeer naar de zussen als naar de sterrenhoop. Aanwijzingen daarvoor kunnen gevonden worden bij de andere galactische namen van de wijk: Steenboklaan, Schutterlaan en Ramlaan zijn maar enkele voorbeelden uit de Sterrebeeldenwijk, waar het zo te zien deze zaterdag ook brocante is.

©Evelien Feys
Het Hof ten Berg is een historische hoeve aan de rand van het Brusselse Gewest. Het woongebouw dateert uit 1750, maar de geschiedenis van de site gaat terug tot de 12e eeuw. Daarmee was Hof ten Berg één van de twee landbouwcentra die het begin van Woluwe vormden. De hoeve was eigendom van de benedictijnenabdij van Vorst, als deel van een landgoed van meer dan 100 hectare. Er stond ook een watermolen, die eerst dienstdeed als graanmolen en later als onderdeel van een papierfabriek. De molen heeft de tand des tijds niet doorstaan. Zijn functioneren werd immers de das omgedaan door een te zwakke stroming.
Vandaag staan enkel het woongebouw en de stallen van de voormalige hoeve nog recht. Ze worden gebruikt door de Internationale Montessori School, die de gebouwen gerenoveerd heeft met behoud van de historische elementen.

©Evelien Feys
Evelien Feys is redactielid bij KETTER Brussel