5 maart, 2026

In Marty Supreme is Marty een eikel die de bal raak slaat ★★★★⯪

Foto van Marty supreme film voor review op jongerenmagazine van Dwaalzin, KETTER
©A24
Drama-komedie Marty Supreme ging met Kerstmis in première in de VS maar is pas nu bij ons te zien in de zalen. Bijna 2 maanden moesten we kwijlend wachten op regisseur Josh Safdies soloproject, maar zoals de lovende kritieken, verscheidene Oscarnominaties en een hallucinante promo-campagne al aantoonden, was het iedere seconde waard.

De formule van Safdie is ons reeds bekend. Toen hij nog met broer Benny Safdie samen Good Times (2017) en Uncut Gems (2019) regisseerde werd al duidelijk dat moreel ambigue figuren met een vlotte tong en een snak naar snelle cash de hoofdrol vertolken. Deze keer is het de beurt aan Gen Z’s posterboy op het witte doek Timothée Chalamet. Hij kruipt in de huid van Marty Mauser, een 23-jarige, uiterst ambitieuze pingpongspeler uit de Lower East Side van Manhattan, die losjes gebaseerd is op de even flamboyante speler Marty Reisman.  

In 1952 probeert Marty de VS op de kaart te zetten in de wereld van het pingpong door de eerste Amerikaanse wereldkampioen te worden. Hij droomt ervan om grof geld te verdienen, met filmsterren naar bed te gaan en zijn hoofd op dozen van ontbijtgranen te zien (zijn woorden). Maar hij slaagt er slechts in om één van deze dromen te verwezenlijken.

Hollywood-royalty Gwyneth Paltrow keert namelijk terug naar het grote scherm met een rol die op haar lijf geschreven is. Ze speelt Kay Stone, een voormalige Hollywood-actrice die droomt van een terugkeer naar de bühne. Tijdens de British Open slaagt Marty erin om Kay te versieren en zo in contact te komen met haar steenrijke man Milton Rockwell, gespeeld door real-life zakenman Kevin O’Leary. Maar het gaat mis nadat Marty de finale verliest tegen Japan en een aanbod van Rockwell om deel te nemen aan het aankomende WK in Tokyo afslaat. Rockwell stelt voor dat Marty een vriendschappelijke rematch tegen zijn Japans rivaal opzettelijk zou verliezen als promotiestunt. Iets wat Marty en zijn ego uiteraard nooit zouden aanvaarden. 

Marty wordt officieel geschorst van het WK, tenzij hij een boete van 1500 dollar betaalt. In een hopeloze zoektocht naar geld doorheen het bruisende New York City van de jaren 50 ontpopt er zich een twee uur lang koortsig avontuur met flitsende cinematografie van Darius Khondji (Uncut Gems, Se7en) en top-notch acteerprestaties. In de stijl van Paul Thomas Andersons laatste pareltje One Battle After Another (2025) is de actie gewoon non-stop. Marty vlucht van de politie, zakt met zijn badkuip door de vloer van een hotelkamer, is minnaar van verschillende vrouwen, waarvan er nota bene eentje zijn kind verwacht, en probeert zowel onschuldige mensen als maffiosi op te lichten. 

Marty Supreme gaat dan ook weinig over pingpong maar eerder over het ongecontroleerde ego van een uiterst getalenteerd en ambitieus ventje dat dringend een reality check nodig heeft. Want laten we eerlijk zijn: Marty Mauser is een oetlul van de bovenste plank. Hij beschikt ongetwijfeld over een enorm talent, zowel op vlak van zijn sport als in het verkopen van zichzelf, maar durft arrogantie nogal vaak met ambitie te verwarren. Zijn aspiraties kennen geen grenzen. Marty gaat (bijna letterlijk) over lijken om te krijgen wat hij wil en dupeert zo zijn omgeving. Hij bedriegt, profiteert, steelt en berokkent schade aan eigendom met telkens hetzelfde resultaat: hij doet iemand pijn die hem probeert te helpen. 

De moraal van de film wordt duidelijk: Marty is niet in staat om iets onbaatzuchtigs te doen of berouw te tonen. En dit brengt Safdie meesterlijk in beeld. In een bizarre flashback-scène vertelt een vriend van Marty, Bela Kletzki, voormalig pingpongkampioen en Holocaust-overlevende, hoe hij in Auschwitz-Birkenau stiekem honing over zich smeerde met als doel zijn lotgenoten het goedje van zijn lijf te laten likken tegen de verhongering. 

Als een soort sekteleider trekt hij je mee in zijn wereld van charisma en radicale overtuiging waardoor je nog zou beginnen rooten voor dat onbetrouwbare broekventje.

Een onthutsend tafereel, maar pas later wordt duidelijk wat Safdie met dat intermezzo bedoelde: een echte kampioen kan een onzelfzuchtige daad verrichten, terwijl geen haar op het hoofd van een ijverige en eerzuchtige snotneus als Marty daaraan zou denken. Marty zegt het letterlijk zelf wanneer Kay hem vraagt wat hij gaat doen als zijn pingpongdroom niet uitkomt: “That doesn’t even enter my consciousness.” Deze uitspraak brengt ons tot het sterkste punt van deze film: Marty zelf, of liever, zijn zelfvertrouwen. Als een soort sekteleider trekt hij je mee in zijn wereld van charisma en radicale overtuiging waardoor je nog zou beginnen rooten voor dat onbetrouwbare broekventje. 

Daarnaast wordt Marty Supreme ondersteund door een sublieme cast. Odessa A’zion speelt op voortreffelijke wijze Rachel, Marty’s jeugdvriendin die zwanger is van hem maar getrouwd is met iemand anders. Rachel is een soort trawant van Marty,  aangezien ook zij ver gaat in haar ambities voor een beter leven. In de stijl van Bonnie & Clyde zwendelt het koppeltje er namelijk op los, met bijbehorend drama. Ook schittert Tyler Okonma, beter bekend als muzikant Tyler, The Creater, in zijn filmdebuut als Wally, een vriend van Marty en mede-hustler. Okonma is al anderhalf decennium een icoon in de muziek- en modewereld maar kan nu ook topacteur aan zijn palmares toevoegen. 

Maar naast de topprestaties van o.a. Paltrow en O’Leary spant Chalamet, al dan niet letterlijk met zijn Golden Globe-zege, nogmaals de kroon. Zijn vertolking van een zelfingenomen en moreel infantiele hustler werkt met zijn uitstraling van ambitie en talent gewoon infectieus. Je kan niet anders dan meegaan in het verhaal van Marty “Supreme” Mauser. 

Als ik moet kiezen tussen de “charismatische” TikTok-goeroes van tegenwoordig die je willen overtuigen van cryptocurrency en hustle-culture en een effectief getalenteerd maar onbezonnen mannetje als Marty… tja, dan kijk ik toch liever even naar het WK tafeltennis.

★★★★⯪

Noah Andries is redactielid bij KETTER in Brussel.