8 mei, 2024

Overleven achter de tralies: de zoektocht naar zingeving in detentie (2)

In het voorgaande artikel werden er vijf aspecten van zingeving aangehaald, namelijk: hoop, sociale relaties, persoonlijke ontwikkeling, levensbeschouwing en transcendentie. Sommige van deze aspecten manifesteren zich ook daadwerkelijk in de praktijk, zoals het belang van sociale relaties en levensbeschouwing. Echter zijn er ook veel andere elementen belangrijk. Bovendien zijn er in detentie aanzienlijke hindernissen die zingeving bemoeilijken. In dit tweede artikel wil ik jullie laten kennismaken met de praktijk van zingeving in detentie.

Dit onderzoek werd gevoerd in kader van een stageproject voor Dwaalzin. Het was hierbij niet de bedoeling om een academisch onderzoek te voeren. Wel komt de informatie in dit artikel uit interviews met 10 personen die ik samen met een andere stagiair heb gevoerd. Tijdens deze interviews peilden wij naar wat (ervarings)deskundigen vinden over zingeving in detentie en hoe zij dit invullen. Wij hebben onder andere interviews gevoerd met moreel consulenten, kunstdocenten in detentie, een professor criminologie, medewerkers van de Rode Antraciet en penitentiaire beambten. Wij hebben ook deelgenomen aan een activiteitenreeks georganiseerd rond de gevangenis. Tijdens deze workshopreeks hebben wij een gevangenis en een transitiehuis bezocht, gesprekken gevoerd met enkele gedetineerden en geluisterd naar een getuigenis over herstelbemiddeling. Het doel van deze artikels is om licht te werpen op dit onderwerp en plaats te maken om dit thema te bespreken en het taboe hierrond te doorbreken.

 

Sociale relaties

Net zoals de theorie vermeldt, blijken sociale relaties in de praktijk een belangrijke bron te zijn van zingeving in detentie.

Veel gedetineerden praten tijdens gesprekken met moreel consulenten vaak over het teruggaan naar familie en kinderen. Dit is voor hen regelmatig een werkpunt en het doel van hun detentietijd. Hoewel er veel opties bestaan om sociale contacten te onderhouden, zoals bezoek, telefonisch contact, penitentiair verlof,… blijft dit moeilijk. Meestal komen de bezoekers de eerste paar weken regelmatig langs, maar na een tijdje vallen mensen weg. Wanneer je deze contactmogelijkheden wegneemt, hebben gedetineerden niets meer over.

Een ander belangrijk aspect van sociale contacten is dat het de mogelijkheid geeft aan gedetineerden om een andere rol aan te nemen. Een belangrijke theorie in de criminologische wetenschappen is die van socioloog Goffman. Een persoon heeft in zijn leven normaal gezien meerdere rollen, zo kan die “zoon van”, “oom van”, “leerkracht”, maar ook “tennisspeler”, … zijn. Goffman meent dat mensen in detentie gereduceerd worden tot één rol, namelijk die van gedetineerde. Dit noemt hij the mortification of the self. Andere rollen die zij voor hun detentie hadden, raken ze kwijt. Om dit tegen te gaan, is het volgens een criminologieprofessor belangrijk om in te zetten op andere rollen. Gedetineerden zouden de kans moeten krijgen om hun rol als vader of moeder vaker op te nemen. In dezelfde lijn kan ook zorg dragen een belangrijk aspect zijn van zingeving in detentie. Zorg dragen kan bijvoorbeeld voor je kind wanneer je vader of moeder bent, of voor een huisdier. Gedetineerden zetten zo soms expres kruimels voor hun tralies zodat er duiven langskomen.

 

Fysieke activiteit

Tijdens een interview met een kunstdocent, die gedurende meer dan 30 jaar teken- en schilderlessen gaf aan geïnterneerden, werd ook het belang van fysieke activiteit aangekaart. Hij merkte doorheen de lessen op hoeveel nood de geïnterneerde personen hieraan hadden. Toen hij begon met dit vrijwilligerswerk waren er namelijk nog weinig sport- of cultuurinitiatieven in de gevangenis. Gedetineerden en geïnterneerden bleven toen vaak 23 uur op 24 op hun cel en mochten deze enkel verlaten voor een uurtje wandeling. Door de vraag van geïnterneerden om ook meer fysiek actief te zijn tijdens de lessen kwam hij op het idee om 10 meter lange doeken te beschilderen. Hierdoor konden zij zich ook fysiek uitleven. Een moreel consulent liet ons weten dat hij vroeger ook met gedetineerden ging sporten. Badminton spelen of voetballen bleek voor velen een aangename tijdsbesteding.

 

Levensbeschouwing

“Religie zit mee in de architectuur van de gevangenis” meende een moreel consulent. In de geschiedenis van ons Belgische gevangeniswezen zien we dat zingeving van meet af aan een plek kent achter de muren. In het begin voornamelijk in de vorm van religie en later in de vorm van levensbeschouwing in het algemeen. Ducpétiaux, de grondlegger van het Belgische gevangeniswezen, bouwde onze gevangenissen namelijk op basis van het Pennsylvania model. Dit model was vanuit de Verenigde Staten naar hier overgekomen en had als ankerpunten cellulaire afzondering en religie. Mensen verbleven alleen op hun cel en moesten via religie tot morele inkeer komen. Het was de taak van de pastoor om het morele kompas van de gedetineerden te verbeteren.

Meerdere deskundigen merkten op dat veel personen zich verdiepen in een levensbeschouwing wanneer zij in detentie belanden. Religie en levensbeschouwing kunnen namelijk zin en houvast bieden om met deze omstandigheden om te gaan. Volgens een penitentiaire agent hebben de meeste echter geen religieuze motivatie, maar nemen zij deel om koekjes te krijgen of om uit hun cel te komen.

 

Kunst

Kunst wordt soms gezien als iets hoogdrempelig en elitair. Dit kan ervoor zorgen dat personen niet doorhebben dat zij doorheen hun dagdagelijks leven kunst beoefenen, bijvoorbeeld tekenen in de kantlijn van een notitieboek.

In de gevangenis zijn er vooral toegankelijkere kunstvormen aanwezig, zoals films, rap, hiphop, tekenen, … Deze vormen van kunst worden door sommige personen beschouwd als “minderwaardige vormen” waardoor ze vaak over het hoofd worden gezien. Nochtans kent kunst ook in de gevangenis een belangrijk plaats.

Een kunstdocent vertelde ons dat kunst meer kan zijn dan enkel een uitlaatklep. Het is ook een manier om je lichaam te bewegen of, belangrijker nog, om je terug mens te voelen. Hij zei dat hij soms tentoonstellingen organiseerde in de gevangenis waar andere gedetineerden of geïnterneerden naartoe mochten komen. Tijdens zo’n tentoonstellingen merkte hij de trots op van sommige personen over hun werk. Tijdens het interview vertelde hij dat de geïnterneerden zelden fier waren op hun verleden en zij het gevoel hadden in de steek te zijn gelaten. Schilderen en tekenen zorgde ervoor dat zij terug trots konden zijn op zichzelf en zich terug mens konden voelen. Dit is belangrijk in het kader van the mortification of the self van Goffman.

Een penitentiaire beambte liet ons weten dat gedetineerden regelmatig aan haar vroegen of het mogelijk was om een band op te starten of aan muziek te doen. Ook dit zijn vormen van kunst en dit soort verzoeken tonen aan dat dit ook in detentie belangrijk is. Van deze verzoeken is in dit geval jammer genoeg niets gekomen.

 

Structurele problemen

Het is gemakkelijk om tal van aspecten van zingeving in detentie te benoemen, maar de realiteit is complexer. Zoals een penitentiaire beambte het verwoordde “het systeem is verrot, het systeem werkt niet, het systeem is fout”. Deze realiteit werd ons doorheen dit onderzoek steeds duidelijker.

Er zijn initiatieven die zingeving willen introduceren in detentie, maar er zijn ook veel barrières die de toegang hiertoe bemoeilijken. Enkele voorbeelden hiervan zijn: het systematische personeelstekort, de overbevolking, taal, architectuur, gebrek aan informatie en allerlei praktische zaken zoals de wachtlijsten, de controles,…

Tijdens een rondleiding in een gevangenis vertelde de gids dat tijdens een atelier een gedetineerde, die zich had ingeschreven, niet was komen opdagen. Dit vond hij vreemd, aangezien dezelfde gedetineerde de week ervoor erg enthousiast was en zelfs tekenspullen van het atelier mee naar zijn cel had genomen om verder te werken. De afspraak was dat hij deze spullen de week erop terug zou brengen. Zijn afwezigheid was dus onverwacht. Toen hij aan een penitentiaire beambte vroeg waar deze gedetineerde was, werd hem gezegd dat hij geweigerd had te komen. Na enig aandringen mocht hij gaan kijken in de cel om de spullen te recupereren. Toen hij de cel van de gedetineerde betrad, zag hij dat deze gewoon op zijn bed zat te wachten tot iemand hem kwam ophalen. De penitentiaire agenten hadden hem die ochtend niet opgehaald, waardoor hij niet naar het atelier had kunnen gaan. Doorheen ons onderzoek werd duidelijk dat dit soort gebeurtenissen niet zelden voorvallen en dus vaker voorkomen dan zou mogen.

Een andere barrière zijn de controles. Wanneer gedetineerden naar een activiteit willen, moeten zij hiervoor tot soms driemaal door veiligheidschecks. Deze (overmatige) securitychecks kunnen ervoor zorgen dat gedetineerden gedemotiveerd raken. Het is namelijk een constante herinnering aan het feit dat je (zogezegd) een gevaarlijke persoon bent en bent beroofd van je vrijheid. Ook blijken veel mensen niet op de hoogte te zijn van de activiteiten zijn, of zijn deze activiteiten alleen toegankelijk voor personen die Nederlands spreken. Een kunstdocent vertelde dat hij noodzakelijkerwijs had moeten stoppen met zijn lessen omdat het lokaal waar hij lesgaf tijdens een rel in brand was gestoken. Dit lokaal is nooit hersteld geweest, en de lessen zijn nooit meer doorgegaan. Er zijn nog veel andere problemen die zingeving in de weg staan, enkele voorbeelden hiervan zijn de wachtlijsten, het personeelstekort, de stakingen, …

Zingeving in detentie zou dan wel belangrijk zijn, maar de gevangenis en haar architectuur laten dit gewoonweg niet toe. Volgens een professor criminologie zouden kleinschaligere detentieprojecten al veel van deze drempels opheffen. Voorbeelden van zo’n kleinschalige projecten zijn de detentie- en transitiehuizen.

 

Belang van zingeving (in detentie)

Een moreel consulent definieerde zingeving als “een reden om ‘s ochtends uit je bed te stappen”. Iedereen heeft zingeving nodig, maar misschien net wat meer wanneer je in een moeilijke periode of omstandigheid zit, zoals in detentie.

Zingeving kan ervoor zorgen dat de mens achter de daad terug zichtbaar wordt. Zo zei een moreel consulent: “als je iemand aanspreekt op zijn mens zijn, dan gaat die zich automatisch ook meer mens voelen”. Een medewerker van de Rode Antraciet vertelde ons dat veel gedetineerden binnenkomen in de gevangenis met een laag zelfbeeld. Doordat hen de mogelijkheid wordt gegeven om verantwoordelijkheid op te nemen en deel te nemen aan activiteiten, krijgen zij meer zelfvertrouwen. Dit had dan ook effect op hun gedrag en attitudes.

Detentie is volgens een professor criminologie in het algemeen een saaie, afvlakkende omgeving waarbij er weinige mentale en fysieke stimulatie is. Zingeving helpt dan om te overleven. Ook kan het gedetineerden helpen om herstel aan te gaan of verantwoordelijkheid op te nemen. Sommige gedetineerden maakten tijdens de coronapandemie bijvoorbeeld mondmaskers. Dit was voor hen onder andere een manier om iets terug te geven aan de samenleving. Wetenschappelijke literatuur wijst ook op het feit dat verschillende aspecten van zingeving kunnen leiden tot desistance, oftewel het stoppen met crimineel gedrag (zie hiervoor het eerste artikel van deze serie).

Het is dus belangrijk dat wij als samenleving blijven stilstaan bij dit onderwerp en manieren vinden om dit niet alleen toegankelijker te maken, maar ook te incorporeren in de basiswerking van ons penitentiair systeem. Mensen in detentie hebben nog steeds nood aan menselijke behoeftes waarvan onder andere zingeving en kunst deel uitmaken.

 

Zin van detentie

Hoe kan je over zingeving in detentie spreken, zonder het te hebben over de basis, namelijk de zin van detentie. Een penitentiaire agent vermeldde tijdens het interview dat hij bij veel gedetineerden niet inzag waarom zij überhaupt in de gevangenis zaten. Volgens hem zouden enkel de mensen moeten worden opgesloten die echt een gevaar vormen voor de maatschappij. Een probleem van dit soort stellingen is dat dit subjectief is. Wie door een bepaalde persoon als een echte “bedreiging” gezien wordt, is dat niet noodzakelijk voor een andere persoon. Dezelfde penitentiaire agent merkte op dat hij veel meer zin zag in straffen zoals de autonome werkstraf en dat er een strengere selectie moet zijn voordat mensen in de gevangenis belanden. Dit zou volgens hem ook het overbevolkingsprobleem gedeeltelijk oplossen.

De zin van de gevangenisstraf wordt sinds haar ontstaan al in vraag gesteld. Hoe komt het dan dat we eeuwen later nog steeds naar deze straf neigen en deze beschouwen als de hoofdstraf? Vrijheidsberoving is namelijk een extreem zware straf (en ja, ook in humanere systemen zoals in Scandinavië blijven dit soort straffen uitdagend). Het is niet alleen intens, maar lijkt vaak ook contraproductief te zijn. Zo blijkt het recidivisme cijfer in België rond de 70% te liggen.

Een opmerking van een professor criminologie luidde: “als je zodanig hard moet zoeken naar de zin achter de straf, dan zegt dat veel over de straf.”

 

Conclusie

Zingeving in detentie kent dus allerlei vormen, maar er zijn tot op de dag van vandaag nog tal van problemen die dit in de weg staan. Deze systematische en structurele drempels zorgen ervoor dat de basis van heel ons gevangeniswezen in vraag moet worden gesteld. Het is namelijk al eeuwen duidelijk dat de gevangenis haar doelstelling niet voldoende realiseert. Wordt het dan niet stilaan tijd om over te stappen naar een nieuw en efficiënter penitentiair systeem? Een systeem waarin zingeving, welzijn en rehabilitatie de fundamenten vormen?

Je kan niet zomaar mensen opsluiten, de deur sluiten, er niets meedoen en verwachten dat ze er beter uitkomen.

Cerise Demeyere liep stage bij Dwaalzin.

 

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op free.brussels, een project van Dwaalzin.